Door de kamer vloog een vlieg.
Vliegensvlug vloog daar die vlieg.
‘t Vliegen van de vlieg was vlug gedaan,
want ze vloog tegen een vliegenvanger aan.
O-o-o, o-o-o-o-o-oo,
‘t Vliegen van de vlieg was vlug gedaan,
want ze vloog tegen een vliegenvanger aan.
Alle kinderen staan per twee in een cirkel en vormen met hun partner een bruggetje. Eén kind (de vlieg) mag door de bruggetjes heen ‘vliegen’. Bij ‘want ze vloog tegen een vliegenvanger aan’, kiest de vlieg iemand uit en gaat daarmee in het midden van de cirkel dansen tijdens de rest van het liedje. De volgende keer dat het liedje gezongen wordt, neemt de vlieg de plaats van zijn danspartner in en wordt de danspartner de nieuwe vlieg.

Wat een leuk idee!! Morgen probeer ik het vliegenspelletje eens uit.
Om de tekst wat in te oefenen, mochten ze van mij om beurt een nieuwe plaats kiezen waar de vlieg kan vliegen: in de keuken, rond mijn hoofd, in het bos, …